Groen wil kermisattracties met levende dieren uit Oostende weg

Op de Oostendse kermis staat dit jaar alweer een kraam met pony’s waarop kinderen rondjes kunnen rijden. In 2009 en 2010 kwam gemeenteraadslid Wouter De Vriendt (Groen) tussen om een verbod te vragen, waarop toenmalig schepen Yves Miroir de belofte deed om de overeenkomst met de kermisuitbater tegen 2012 op te zeggen. Nochtans heeft het kermiskraam met pony’s er al die jaren blijven staan. “Wat heeft het stadsbestuur dan precies ondernomen?”, vraagt gemeenteraadslid Sofie Cloet zich af.

Groen eist een volledig verbod op alle kermisattracties met dieren. Deze druisen immers in tegen het dierenwelzijn en zijn eigenlijk niet meer van deze tijd. Sofie Cloet: “De pony’s op de kermis leiden een troosteloos bestaan. Ze moeten de ganse dag stappen in een kleine ronde met een diameter van zo’n vijf meter.  Ze raken versuft en lusteloos en worden de ganse dag blootgesteld aan lawaai. Rondjes stappen op de stenen vloer van het  Mijnplein is bovendien slecht voor  de hoeven van de pony’s.”

Dergelijke kramen zijn een vorm van dierenmishandeling en zijn eigenlijk niet meer van deze tijd. In Gent en Antwerpen is er al een verbod. We vragen dat Oostende hetzelfde doet. Het stadsbestuur heeft dit in het verleden nochtans al geprobeerd en voegde in het stedelijk reglement op foorkramen een verbod in op attracties met levende dieren. De FOD economie floot het stadsbestuur terug onder het mom van “vrijheid van ondernemen”. In 2009 moest het bewuste artikel dan ook geschrapt worden.

Toch zijn er mogelijkheden om dergelijke kramen te verbieden. In Gent onderhandelde het stadsbestuur met een foorkramer die  bereid was om een andere invulling te geven aan zijn standplaats. Ook werden er geen vacatures meer uitgeschreven  voor een attractie met levende dieren. En tot slot liet het stadsbestuur in haar stedelijk reglement  m.b.t. kermisactiviteiten een verwijzing opnemen naar andere wetgeving, art.3 § 3 : “ de uitbating van een kermisattractie met levende dieren die niet voldoet aan alle reglementaire voorschriften betreffende deze materie is verboden” . Er wordt dus impliciet verwezen naar bijvoorbeeld de wet op de dierenwelzijn of de circuswetgeving. In de  wet op dierenwelzijn (14 augustus 1986), art. 4, staat deze passage: “Niemand mag de bewegingsvrijheid van het dier dat hij houdt, verzorgt of te verzorgen heeft, zodanig beperken dat het aan vermijdbare pijnen, lijden of letsels is blootgesteld”, belangrijker nog, in de circuswetgeving staan voor pony’s zeer strenge richtlijnen die voor kermisuitbaters niet haalbaar zijn, bijv. de eis op een buitenverblijf van 40 m2  per pony, een binnenverblijf van 9 m2 per pony, aanwezigheid van ruwvoer, stro of zaagsel op de grond enzovoort. In Gent is dat voldoende gebleken: op de kermissen staan geen attracties  meer met levende dieren.

Groen vraagt aan het stadsbestuur om te doen wat mogelijk is om de kermisattracties met levende dieren uit Oostende te weren. “Wij hebben begrip voor de broodwinning van de foorkramers”, zegt Sofie Cloet, “maar de voorbeelden in andere steden tonen aan dat men op zoek kan gaan naar een diervriendelijk alternatief.”

Op de volgende gemeenteraad zal Groen-raadslid Sofie Cloet ook peilen naar de intenties en het standpunt van de stad Oostende.

Sofie Cloet, gemeenteraadslid, E-mail : Sofie.Cloet@oostende.be

Wouter De Vriendt, fractieleider

Tags: