Interpellatie over de toewijzing van betaalbare woningen op de site Bootsman Jonsen


Met deze interpellatie willen we toch graag wat opheldering rond één van de laatste grote bouwprojecten voor gezinnen in Oostende. Op de site Bootsman Jonsen komen in totaal 110 woningen, en met dit project streeft de stad naar een evenwichtige en gezonde sociale mix. Iets wat Groen uiteraard enkel maar kan toejuichen, gezien onze bezorgdheid en blijvende waakzaamheid met betrekking tot het woonbeleid in Oostende. Het project bestaat uit een groot deel marktconforme woningen, die verkocht zullen worden aan gangbare prijzen voor die locatie. Daarnaast zijn er ook 14 ‘bescheiden’ woningen, appartementen, waarbij de stad de prijs bewust laag houdt en voorwaarden verbindt aan de aankoop, om zo jonge mensen de kans te geven zich blijvend in Oostende te vestigen. De overige woningen zullen verkocht worden via een sociale huisvestingsmaatschappij.

 

Om die 14 betaalbare woningen is het ons te doen. De periode om zich hier kandidaat voor te stellen is nu afgesloten en wat blijkt: ondanks de overduidelijke stadsvlucht van jonge gezinnen bleken er minder kandidaten dan verwacht te zijn, 4 appartementen werden niet toegewezen.

In de krant De Zeewacht van 14 augustus doet de schepen enkele uitspraken, waar we verwonderd over waren. Zo gaf ze aan dat ze wat meer respons had verwacht, blijkbaar was het niet zo evident om die doelgroep in kaart te brengen. Daarnaast is het ook zo dat een mogelijk vervolgscenario wordt vooropgesteld: de woningen zouden via een sociale huisvestingsmaatschappij kunnen worden toegewezen aan dezelfde doelgroep, volgens de schepen.

 

Vooral bij het lezen van die laatste paragraaf hadden we nogal wat bedenkingen. Want was de bedoeling van die bescheiden woningen niet dat de doelgroep die net niét in aanmerking kwam voor sociale huisvesting ook een aanbod kon krijgen in Oostende? Was het niet zo dat men een mix, een soort continuüm wou aanspreken van de bevolking? Door een dergelijk maneuver brengt men het project terug tot de klassieke, simpele tweedeling: mensen die geld hebben en mensen die geen geld hebben, de ‘sociale last’, zoals men dat zo bloemrijk noemt. Terwijl de realiteit zoveel complexer en genuanceerd is, zeker in een stad als de onze, waar de vastgoedprijzen kunstmatig in de lucht worden gehouden door de tweedeverblijversmarkt en jonge mensen met veel moeite een gepaste en betaalbare woning vinden.

 

Hierbij dan ook enkele vragen:

 

  1. Wat ziet u als mogelijke reden voor de weinige kandidaturen? Hoe werd dit geëvalueerd door uw dienst? 

  2. Is er voldoende promotie geweest, gericht op de beoogde doelgroep (ik specifieer nog eens: de doelgroep die niet in aanmerking komt voor sociale huisvesting, maar niet de middelen heeft om marktconforme prijzen in Oostende te betalen)? Langs welke kanalen is die promotie gebeurd en op welke termijn?

  3. Zijn de criteria realistisch en haalbaar voor die doelgroep? Hoe werd de doelgroep afgebakend en is er bij het opstellen van de toewijzingscriteria rekening gehouden met hun profiel?

  4. Voldoen de appartementen qua oppervlakte en indeling aan de noden van de doelgroep van jonge gezinnen? Heeft men zicht op de verkoop van de andere loten op de site? Loopt dat beter/slechter?

  5. Wat gebeurt nu met de appartementen, wanneer wordt dat definitief beslist? Worden de criteria versoepeld? Worden ze marktconform verkocht? Of worden ze aangeboden via sociale huisvesting

     

Natacha Waldmann

Tags: