Sloop- en bouwvergunning voor Hotel du Louvre geschorst

We vieren vandaag een verjaardag, en wat voor één. Deze week is het exact 10 jaar geleden, op de gemeenteraad van september 2005, dat de figuurlijke eerste steen werd gelegd van het dossier Hotel du Louvre. Tien jaar geleden ook dat dit dossier de druppel was die de emmer deed overlopen wat betreft het gebrek aan visie in ons bouwbeleid. Oostendenaars pikten het niet meer, dat hun mooie stad werd platgegooid en hebben zich toen verenigd om dit een halt toe te roepen, het besef dat het ook anders kan is toen gegroeid. Even een korte geschiedenis…

 

 

 

Hotel du Louvre, aanvankelijk een gebouw dat door de stad was aangekocht eind jaren ’90, met subsidies uit het Sociaal Impulsfonds om er een buurtcentrum van te maken, werd in 2005 doorverkocht aan een bouwpromotor, Desimpel Construct. Deze verkoop is niet evident, het gebouw heeft een indrukwekkende art-decogevel en ook zeer veel typerende elementen in de binneninrichting maken dat we hier van een waardevol erfgoedpand spreken. Zowel de Cultuurraad als de Dienst Monumenten had jaren voordien al stelling ingenomen omtrent de historische waarde van het gebouw. Hotel du Louvre was ook opgenomen in de inventaris bouwkundig erfgoed van de Vlaamse Overheid. De Stad wou het gebouw kwijt, wat hun goed recht is, maar het moest blijkbaar koste wat het kost. Alle elementen betreffende de uniciteit van het pand leidden bij het stadsbestuur geenszins tot een moment van verlichting. Men vond de plannen van de bouwpromotor om het gebouw te slopen en er een appartementsgebouw te plaatsen geen enkel probleem. In de verkoopakte van de stad stond dan ook geen sloopverbod, vrijheid blijheid, dat was het motto.

 

Op de gemeenteraad van september 2005 werd door onze fractie een eerste keer geïnterpelleerd omtrent de plannen met het gebouw. De bevestiging door het stadsbestuur dat ze wel degelijk vonden dat afbraak moest kunnen was een doorn in het oog van veel Oostendenaars met liefde voor erfgoed en voor hun stad. Dit was dan ook de startdatum voor heel wat protestacties door de bevolking om Hotel du Louvre, en in de marge daarvan ook het vele erfgoed in Oostende dat in sneltempo tegen de vlakte ging, te beschermen.

 

 

In april 2007 werd door het schepencollege een sloop- en bouwvergunning afgeleverd aan de eigenaar. Buurtbewoners en actiegroep Dement gingen hier tegen in beroep en kregen gelijk van de Raad van State. Deze laatste oordeelde dat het onbegrijpelijk was dat de stad én de bezwaren van omwonenden én het ongunstig advies van Monumenten en Landschappen naast zich neer had gelegd en schorste de vergunning.

 

Kort daarna, in juni 2007 wordt een nieuwe sloop- en bouwaanvraag ingediend door de eigenaar. In april 2008 komt het schepencollege hierover niet tot een akkoord, ondanks de uitspraken van de toenmalige schepen op de gemeenteraad dat dat wel zou gebeuren en de sloop een feit zou zijn. Intern was toen al verdeeldheid te bespeuren en begon men wellicht te vermoeden dat dit dossier niet zomaar snel opgelost zou geraken. De Stad trad dan ook al verschillende keren op als bemiddelaar tussen andere kandidaat-kopers en Desimpel Construct, die koppig bleef vasthouden aan het gebouw en aan de zekerheid dat ze het uiteindelijk wel zouden kunnen slopen.

 

En toen werd het stil. 4 jaar stil, om precies te zijn. Tot de actiegroep Dement, met een bloedend hart om dit fantastisch gebouw dat staat te verkrotten, door middel van een actie in juni 2011 terug een reactie krijgt van de schepen. Aan het gebouw werd ondertussen een hoge locuswaarde toegekend, waardoor het niet meer zomaar gesloopt kon worden. Het stadsbestuur nam stelling in en verklaarde dat het gebouw niet meer gesloopt zou kunnen worden, want ze zouden hiervoor geen vergunning meer toekennen. Maar dat was natuurlijk praat voor de vaak, want iedereen weet hoe het wel lukt om een pand met hoge locuswaarde dan toch te laten slopen. Laat het gewoon verkrotten, en huppekee.

 

Om eigenaars met dergelijke snode plannen een stap voor te zijn heeft de stad een ijzersterk middel: de leegstandbelasting. Concreet zou dit betekenen dat de eigenaar aangemoedigd wordt om snel werk te maken van het bewoonbaar maken van dit pand omdat hen een ferme belasting[1] boven het hoofd hangt, jaarlijks te betalen zolang het gebouw verkommert. Een weldenkend mens zou dan in de veronderstelling zijn dat de druk op die manier wat opgevoerd wordt. Zo niet ons stadsbestuur, die om de één of andere reden die leegstandbelasting niet heft voor Hotel du Louvre. Ik ben niet helemaal mee, nog steeds niet, met de juiste reden daarvoor. Iemand die dit kan uitleggen?

 

Maar goed, we zijn dus in 2011, en nog lang niet thuis. In 2012 besprak de erfgoedcommissie het pand nog eens en bleef het bij het initieel advies: restauratie van de gevel is mogelijk, voor de achterbouw is geen redding meer mogelijk.

 

En toen waren het plots verkiezingen. Verkiezingen in de aanloop van dewelke onze huidige burgemeester stellig poneerde op een debat dat Hotel du Louvre niét gesloopt zou worden. Verkiezingen in de aanloop van dewelke onze schepen Bronders wat andere katten te geselen had dan Hotel du Louvre. Dus krijgen we een nieuwe schepen van ruimtelijke ordening. In januari 2014 wordt na heel wat overleg, volgens schepen Tommelein, een nieuwe stedenbouwkundige aanvraag ingediend. Het betreft een compromisvoorstel, aldus de schepen. Waar het compromis precies zit, is een raadsel, want volgens het voorstel wordt alles gewoon afgebroken. Daarna zou met nieuwe materialen een gevel opgetrokken worden die een kopie is van de huidige, authentieke gevel. Het zou een doorbraak betekenen in dit dossier, volgens de schepen.

 

Bijna onmiddellijk startte het protest van de buurtbewoners en erfgoedliefhebbers opnieuw waarna de aanvraag snel werd ingetrokken.

 

En dan – we zijn er bijna – wordt er in het najaar 2014 toch een nieuwe aanvraag ingediend door de eigenaar. Conform de afspraken met schepen Tommelein, maar absoluut niet conform de argumenten van de buurtbewoners en van de ware erfgoedliefhebbers, die dit stukje Bokrijk in Oostende niet kunnen appreciëren. De gevel wordt ook niet exact nagebouwd, er zijn aanpassingen aan gebeurd, de bouwhoogte en bouwdiepte zijn niet in overeenstemming met de aanpalende huizen en hebben een duidelijk nadelige impact op de omwonenden. Groen heeft in de gemeenteraad van december geïnterpelleerd omtrent deze bezorgdheden en kreeg toen als antwoord van schepen Claeys (o ja, ondertussen opnieuw een nieuwe - zij het plaatsvervangend - schepen) dat hij “de beslissingen van zijn voorgangers niet zou terugdraaien”. Over welke beslissingen dit dan concreet zou gaan, daar kon of wou hij niets over kwijt.

 

Het dossier zit sindsdien in een stroomversnelling. Het moet gezegd zijn dat dit stadsbestuur zich inspant om het snel achter de rug te hebben, iets wat idealiter 10 jaar geleden al had moeten gebeuren. Begin februari van dit jaar reikte het stadsbestuur een vergunning uit voor het slopen van het bestaande pand en de nieuwbouw van een meergezinswoning (een appartementsgebouw in de volksmond). Midden april, na het aanplakken van de bekendmaking van de vergunning, beslissen de buren opnieuw in beroep te gaan, deze keer bij de provincie. De kaarten liggen goed, de provinciaal stedenbouwkundig ambtenaar is ter plaatse komen kijken en is in zijn verslag vernietigend voor het stadsbestuur en de beslissing om een vergunning voor dit project af te leveren. Op een eerste hoorzitting midden juli wordt de stad gehoord alsook de architect. Beide geven in die hoorzitting toe dat het dossier onvolledig is, op sommige punten niet correct opgesteld. Het diensthoofd stedenbouw van de Stad Oostende verklaarde zelfs op deze publieke zitting dat hij nog nooit een sloopvergunning had zien uitreiken onder deze voorwaarden, du jamais-vu, dus. Het dossier hangt bijna 10 jaar na de eerste deining, nog steeds met haken en ogen aan elkaar. En toch vindt de gedeputeerde het een goed idee om die vergunning te bestendigen en de sloop dus goed te keuren. Begrijpe wie begrijpen kan. Men spreekt van politieke hand-en-spandiensten maar wie zal het zeggen?

 

Eind augustus hebben de buren opnieuw een beroepsprocedure opgestart bij de raad voor Vergunningsbetwistingen (die tegenwoordig de raad van State op die bevoegdheid heeft vervangen). Amper 10 dagen na de pleidooien, iets wat ongezien is, is het oordeel van de Raad duidelijk: de eerdere bezwaren blijven overeind, wat bezielt de Stad om een dergelijke miskleun goed te keuren?

 

Behalve omwille van procedurele fouten ten gronde kan men tegen een beslissing van de Raad voor Vergunningsbetwistingen niet in beroep gaan. Deze beslissing is dus wellicht bindend en spreekt zich duidelijk uit wat betreft het inhoudelijke luik van dit dossier. De Stad heeft zich echter 10 jaar lang bijzonder hardnekkig aan de kant van de bouwpromotor geschaard in dit dossier, en dat ten koste van zijn inwoners. Om dit te kunnen begrijpen willen we graag antwoord op verschillende vragen.

 

Iedereen weet dat het gebouw indertijd door de stad verkocht is met de belofte dat een sloopvergunning “wel in orde zou komen”. Het is niet eens een publiek geheim, schepen Bronders herhaalde dit indertijd zelf in verschillende media en tegenover de actiegroep Dement. De argumentatie van het stadsbestuur was dat men het niet kon maken om een gebouw met zoveel winst te verkopen zonder ook iets terug te doen voor de koper. Ons kent ons. Maar het slopen van dit gebouw en het bouwen van een appartement op die plaats, in een rij van verschillende waardevolle erfgoedpanden zorgt voor visuele hinder, zal de leefbaarheid van de straat ernstig beïnvloeden en heeft directe, meetbare nadelige gevolgen voor de directe omwonenden.

 

  • Mijn eerste vraag luidt dus: kan de stad nog steeds achter die initiële motivatie staan om de eigenaar carte blanche te geven en wat zijn de motieven hiervoor? Kan het stadsbestuur afstappen van die onhaalbare belofte aan Desimpel Construct, of staat dat ergens op papier goed verstopt in één of andere kluis waardoor wij aan handen en voeten gebonden zijn? Deze laatste bedenking omdat de eigenaar nog steeds, na 10 jaar bijzonder zeker van zijn stuk lijkt dat het wel in orde komt. Het stadsbestuur doet dan ook niets om dat tegen te spreken, zie ook het laatste débacle van deze zomer.
     
  • Wij vermoeden dat vanuit dezelfde redenering wellicht ook beslist werd om geen leegstandtaks (zie bijlage voor bedragen) te heffen op dit gebouw, dat nochtans al meer dan 10 jaar leeg staat. Indien niet zouden we graag willen weten op welke grond de eigenaar een vrijstelling heeft verkregen? Zijn hier documenten van, een aanvraag?
    Nu de Raad voor Vergunningsbetwistingen opnieuw de vergunning heeft vernietigd, ziet het ernaar uit dat we terug voor een periode staan van procedureel getouwtrek. Ik wil geen negativist zijn, maar een sloop of nieuwbouw zit er mijn inziens niet meteen aan te komen. Zal er dan vanaf nu wél leegstandtaks worden geheven voor dit pand? En zou het geen idee zijn om onze bodemloze stadskas te vullen om dat met terugwerkende kracht te doen? Het bedrag loopt al hoog op ondertussen.
     
  • Een derde en laatste vraag dan: legt de stad zich nu dan neer bij deze nieuwe schorsing en vraagt het de bouwheer om de plannen ten gronde aan te passen conform de opmerkingen die leefbaarheid en visuele aspecten voor de buurt in ere houden?
     

 

Bijlage: http://www.oostende.be/file_uploads/117768.pdf

 

 

 

[1] Zie bijlage