Toewijzing van sociale huurwoningen in Oostende op basis van lokale binding en van het doelgroepenplan

We vinden het positief dat de stad werk heeft gemaakt van een toewijzingsreglement voor de verhuur van sociale woningen en dat ze zich hierbij ook heeft laten bijstaan door een uitgebreide werkgroep van deskundigen. Dat heeft er volgens ons ook toe bijgedragen dat het doelgroepenbeleid zeer goed uitgewerkt is en op maat gesneden van mensen die omwille van verschillende factoren moeite hebben om op de reguliere huizenmarkt een aanbod te vinden.

We hebben echter wel vragen rond het criterium van de lokale binding, zeker zoals dit hier ingevuld werd door de Stad. We menen dat – in een poging om streng, maar rechtvaardig te zijn – compleet voorbij werd gegaan aan de realiteit die vandaag de onze is. Er worden strenge regels opgelegd in de hoop het kaf van het koren te scheiden, en enkel maar woningen toe te zullen wijzen aan de beoogde doelgroep, maar de criteria zijn dan weer zo streng dat er niemand aan beantwoordt. We zagen dit al bij de toewijzingscriteria voor de betaalbare woonentiteiten in het project Bootsman Jonsen, en zien dit nu dus opnieuw. Het gevolg zal dan ook zijn dat het lokaal toewijzingsreglement slechts partieel zal werken. De eerste categorieën zullen wellicht heel vaak al niet meer van toepassing zijn waardoor mensen meteen al in de laatste voorrangsgroepen terecht zullen komen. De differentiatie zal dan ook minimaal zijn. Op die manier schiet een lokaal reglement zijn doel voorbij.

Groen is een koele minnaar van het criterium ‘lokale binding’, wij vinden dat de woonnood centraal moet staan. Maar onze stad heeft een specifiek profiel wat betreft de bevolkingsmix; veel kansarmoede, veel ouderen. Daarnaast is de prijs van het vastgoed omwille van de stedelijke invulling en de toeristische ligging gevoelig hoger dan in de omliggende gemeenten. Daartegenover staat onze vraag om in Oostende meer aandacht te besteden aan jongeren, jonge gezinnen en hen een plaats te gunnen in de stad. Groen wil meer diversiteit en een visie, een actief beleid om dat ook te realiseren.

Volgens ons is het zo dat de termijn van 10 jaar onafgebroken in Oostende wonen niet realistisch is, en niet in overeenstemming met onze wens om jonge mensen die hier geboren en getogen zijn in Oostende te kunnen houden. Het is niet ondenkbaar dat een jongere in afwachting van een sociale huurwoning noodgedwongen moet uitwijken naar een goedkopere buurgemeente. Waarom handelen niet alle gehanteerde termijnen in dit reglement over een ‘ononderbroken verblijf’? Beter is het om zoals in voorrangsregel nummer 3 omschreven naar een termijn te streven die al dan niet werd onderbroken in de afgelopen jaren. In hetzelfde licht plaatsen wij de eis om een jaar voor inschrijving reeds in Oostende te wonen. Dit zal volgens ons leiden tot officieuze, niet-geregistreerde langere wachttijden, omdat mensen eerst een jaar zullen wachten alvorens zich in te schrijven zodat ze toch binnen de voorrangsregels vallen. Zo zal de woonnood niet efficiënt en snel ingevuld worden en zullen mensen vaak nog langer in problematische omstandigheden gehuisvest worden.

Vandaar onze vraag: wanneer wordt dit reglement geëvalueerd en zal worden bijgehouden hoeveel mensen onder welke voorrangscategorie vallen om zo deze bezorgdheden in kaart te kunnen brengen?

 

Tags: