Voldoet 'The Oh' aan de voorwaarden om terug te openen?

Op 27 april van dit jaar overleed een jongere in dancing ‘The Oh’ aan de gevolgen van een overdosis. Dit feit heeft heel wat media-aandacht gekregen; de jongen waarvan sprake was minderjarig en er kwamen ook heel wat getuigenissen boven over het veelvuldig verhandelen en gebruiken van drugs binnen de discotheek. De uitbater zou zijn verantwoordelijkheid niet nemen en weet hebben van de feiten die plaats hebben in zijn zaak. Er werd zelfs geopperd dat de uitbater het dealen zou gedogen.

Vandaag wordt de vraag aan deze gemeenteraad gesteld om het besluit van de burgemeester tot een tijdelijke sluiting van de discotheek in de maanden juli en augustus te bekrachtigen. Gelet op de verzwarende elementen uit het dossier stellen wij die sluiting zeker niet in vraag. Het krachtdadig optreden van de burgemeester is een sterk signaal, maar een signaal alleen is onvoldoende om ook te garanderen aan ouders dat hun kinderen in een veilige omgeving kunnen uitgaan. Daarenboven komen dergelijke voorvallen het imago van onze stad absoluut niet ten goede. Daarom is een degelijk vervolgtraject in deze prioritair.

 

Deze week werd in de media de heropening aangekondigd van ‘The Oh’. Aangezien het dossier enkel spreekt van een tijdelijke sluiting voor een opgegeven periode, maar er geen spoor is van een plan van aanpak in functie van een heropening, stellen we ons toch enkele vragen hieromtrent.
Daarnaast is in het dossier sprake van ‘geruchten’ en ‘verklaringen’ over de veelvuldige inbreuken op de drugwetgeving. Groen wil hier graag iets meer concrete informatie over, alsook over hoe dit vóór de sluiting door de politie werd opgevolgd. Met andere woorden: hadden de gebeurtenissen van 27 april op één of andere manier vermeden kunnen worden?

Wij willen graag een antwoord op volgende vragen:

  1. Zijn er voorwaarden gesteld aan de uitbater om zijn zaak al dan niet te kunnen heropenen na 31 augustus?

  2. Zo ja, heeft de uitbater bewezen dat hij aan die voorwaarden heeft voldaan?

  3. Heeft de politie preventieve maatregelen genomen om de drughandel en –gebruik aan banden te leggen na de heropening?

  4. Met welke frequentie hebben drugcontroles door de politie plaats gehad in het jaar voorafgaand aan het overlijden van de jongere op 27 april?

  5. Kan de samenwerking van de uitbater met de dienst Integrale Veiligheid van de Stad Oostende afgedwongen worden, bijvoorbeeld als voorwaarde tot heropening?

Ik dank u alvast voor uw antwoord.

Natacha Waldmann
Gemeenteraadslid

Tags: