Groen vraagt een integraal beleid voor armoedebestrijding in Oostende

Recent werd bekend dat Oostende een Vlaamse subsidie krijgt van 87.000 euro om acties te ontwikkelen tegen de kinderarmoede. Minister Lieten en experte Bea Cantillon benadrukken dat kinderarmoede niet los kan gezien worden van de gezinsarmoede. In Oostende gebeurt het echter anders, benadrukt OCMW-raadslid Bert Peirsegaele van Groen.

 

Bij het begin van de legislatuur werd ervoor gekozen om de aanpak van de armoedebestrijding in Oostende over twee sporen te verdelen. Kinderarmoede werd losgekoppeld van het Sociaal Huis en een bevoegdheid van schepen Tom Germonpre worden binnen het stadsbestuur. Op die manier hoopte het bestuur om meer gerichte acties te kunnen ondernemen tegen kinderarmoede, los van de algemene  armoedebestrijding dat een kerntaak is van Het Sociaal Huis.

“Armoedebestrijding vraagt een  integrale en geen artificiële opdeling tussen kinderarmoede en algemene armoede,” aldus Bert Peirsegaele, OCMW-raadslid voor Groen. “Deze typische Oostendse opdeling getuigt van meer aandacht voor partijpolitieke structuren  dan van echt aandacht voor mensen in armoede. Ik ben niet de enige die deze vaststelling maakt.  Ook vele veldwerkers zitten hiermee in de maag.”

Waar voor andere domeinen zoals ICT of logistiek het stadsbestuur en sociaal huis terecht pogingen doen  om samen te werken, wordt  voor de armoedebestrijding wordt een kunstmatige opdeling gemaakt. Peirsegaele verduidelijkt: “Dit verhindert niet alleen de integrale aanpak , maar de mensen in armoede zien soms door het bos de bomen niet meer. Het uitbreiden van het netwerk brugfiguren, het ondersteunen van de Katrol, het Spijbelstappenplan, de subsidie ‘warme maaltijden op school’, het bekomen van onderwijscheques zijn voorbeelden van instrumenten voor een stadsbrede  armoedebestrijding. Logisch dus dat dit instrumenten zouden zijn in een algemene aanpak via het OCMW. Welke zin heeft het om mensen nog eens hun verhaal te laten doen?”

“Groen  vindt dan ook dat het Sociaal huis het enige vehikel voor armoedebestrijding moet zijn en dat men het de mensen in armoede niet nog moeilijker moet maken.” verduidelijkt OCMW-raadslid Peirsegaele. “Het kan niet dat de meerderheid of zelfs maar een politieke partij meer bezig is met bevoegdheden verdelen dan met het inhoudelijk luik , dit staat haaks op een gemeende empathische bekommernis voor mensen. Structuren halen het hier boven mensen “, aldus Peirsegaele.

Peirsegaele besluit: “ Ik hoop dan ook dat de beleidsploeg de bijkomende Vlaamse subsidie van 87.000 als keerpunt én hefboom gebruikt om minder duaal en meer integraal  aan armoedebestrijding te doen in Oostende. Ik ben in die zin al tussengekomen op de OCMW-raad en zal dit verder aankaarten.”

Tags: