Agentschap Onroerend Erfgoed geeft negatief advies voor afbraak Vismijn Oostende

De Oostendse vismijn is een monumentaal, historisch gebouw en opgenomen in de Vlaamse Inventaris Onroerend Erfgoed. Bovendien heeft het gebouw een hoge locuswaarde in de Oostendse lokale erfgoedlijst. Toch heeft bevoegd schepen Bart Tommelein (OpenVLD) namens het stadsbestuur een sloopvergunning uitgereikt. Groen kon nu de hand leggen op een negatief advies van het Vlaams Agentschap Onroerend Erfgoed, een advies dat door het stadsbestuur genegeerd werd.

Om zijn beslissing te motiveren, verwees schepen Tommelein naar een brief van Vlaams Minister Geert Bourgeois (N-VA) die het gebouw niet wil laten beschermen. Dat is echter een drogreden: het Vlaams Gewest heeft in de afgelopen jaren amper nog gebouwen beschermd. Het ene is een gewestelijke beschermingsprocedure, het andere is lokale besluitvorming omtrent het toekennen van een sloopvergunning. Wouter De Vriendt en Sofie Cloet: “Ook als het Vlaams Gewest niet wil beschermen, kan een lokale overheid beslissen géén sloopvergunning toe te kennen. De oude Vismijn is een pareltje van industrieel erfgoed aan onze kust, dergelijk gebouw is beeldbepalend en mag niet verloren gaan. Er zijn mogelijkheden tot renovatie en opwaardering. Het stadsbestuur heeft dringend nood aan mensen die erfgoed naar waarde weten te schatten.” 

Het Agentschap Onroerend Erfgoed adviseert om de Vismijn niet af te breken en wijst op het gebrek aan “zekerheid op een nieuwe, kwaliteitsvolle invulling” en “een totaalvisie op de site”. Groen stelde zich eerder al vragen over de beslissing om de oude vismijn af te breken, vooraleer er garanties zijn op de bouw van een nieuwe. Verder bezit de Vismijn volgens het Agentschap “voldoende erfgoedwaarde om te denken in termen van behoud en renovatie in plaats van afbraak. Door de sloop zou een deel van het bouwkundig erfgoed van uw gemeente onherroepelijk verloren gaan.” 

Het is niet zo dat het behoud van de oude vismijn een nieuwe vismijn in de weg staat. De nieuwe vismijn heeft een breder stuk grond nodig dan de landtong waar de oude Vismijn nu op staat. De nieuwe vismijn kan dan ook perfect gebouwd worden ten zuiden van het Sprotkot. De oude vismijn kan dan behouden blijven en bijvoorbeeld ingericht worden als Maritiem Museum. “De Stad Oostende slaat zo twee vliegen in één klap”, zegt De Vriendt, “een belangrijk stuk erfgoed blijft behouden en voor de stadskas valt het goedkoper uit dan de beloofde bouw van een volledig nieuw Maritiem Museum op de Churchillkaai.”

 

Tags: